Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0236_0236_11218

Een sage (mondeling), donderdag 27 juli 1995

Hoofdtekst

9 Maar met mij zijn ze dikwijls moeten gaan naar Thèèiske de Sjroats. Oh, dan sliep ik niet meer! Om twaalf uur ’s nachts dan begon ik al te rumoeren in bed.I Van de maar.9 Dan legden ze me hier zo een stukje spek [wijst naar z’n pols]. Maar je hoeft niet te vragen als je zo’n ravotter bent, dat was op tijd van acht dagen eens verschoven [lacht]. Dan zei ma: "Foei, foei, jongen, maak toch dat dat ‘hui’ (= vandaag) of morgen wegkomt," zei ze [lacht].

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

Beschrijving

Een jongen die door de maar werd geplaagd, begon om middernacht altijd te woelen in zijn bed. Men heeft de jongen een stukje spek rond de pols gebonden. Na acht dagen mocht men het spek verwijderen.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
limburgs (groot-riemst)
9R' 236
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Zichen-Zussen-Bolder    Zichen-Zussen-Bolder