Hoofdtekst
9 Maar met mij zijn ze dikwijls moeten gaan naar Thèèiske de Sjroats. Oh, dan sliep ik niet meer! Om twaalf uur ’s nachts dan begon ik al te rumoeren in bed.I Van de maar.9 Dan legden ze me hier zo een stukje spek [wijst naar z’n pols]. Maar je hoeft niet te vragen als je zo’n ravotter bent, dat was op tijd van acht dagen eens verschoven [lacht]. Dan zei ma: "Foei, foei, jongen, maak toch dat dat ‘hui’ (= vandaag) of morgen wegkomt," zei ze [lacht].
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een jongen die door de maar werd geplaagd, begon om middernacht altijd te woelen in zijn bed. Men heeft de jongen een stukje spek rond de pols gebonden. Na acht dagen mocht men het spek verwijderen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (groot-riemst)
9R' 236
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
