Hoofdtekst
Ik was een jaar of twaalve oud, ik heb nog van dat volk gezien op den berg, dat ze zeien dat dat van de bende van Pollet was. Ze hebben tefrente (menige) dingen, moorden gedaan al de kanten van Cappel, ingebroken en mensen vermoord. Ja, ’t volk dat wrochte bij de boeren, zij sliepen daar en ’s avonds, als d’ander kwamen, zij ontschoven de deuren en zij kosten binnen zonder leven te maken. Ze zonden zij volk rond om te werken. En de honden en basten niet. Waarom? Omdat ze vergif gaven de die die daar werkten. De vreemden gingen daar niet binnengeraken, ze gingen bassen. Maar ’t werkvolk kende dien hond.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In de streek van Cappel heeft de bende van Pollet veel inbraken gepleegd en mensen vermoord. De bendeleden gingen als knecht werken bij een boer, waardoor ze op de boerderij mochten slapen en 's nachts zonder moeite de andere rovers konden binnenlaten. De honden blaften niet omdat ze voordien vergif hadden gekregen van de knecht.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (ieper)
22
1913
memoraat
Naam Overig in Tekst
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Brielen   
Plaats van Handelen
Cappel   
