Hoofdtekst
Ich heb hier nog eens in het straatje gezeten. Dat woor op Driekoningenavond. Toen hadden we ene top (emmer) bier gehaald en ich gong met vader en ich zei: 'Kijk eens hier vader, die hond in de fladder (modder).' 'O, dat is niks, zei vader, dat is de weerwolf.' Die mensen hadden do gene bang (angst) voor.
Beschrijving
Een jongen die op de avond van Driekoningen samen met zijn vader een emmer bier had gehaald, zag in de modder een hond zitten en zei: "Kijk, vader!" Daarop antwoordde de man: "O, dat is niets, dat is de weerwolf".
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
465
memoraat
Naam Overig in Tekst
Driekoningen   
Naam Locatie in Tekst
Veldwezelt   
