Hoofdtekst
Hij vindt zijn bed niet.Mij vader die hê ne kiër van de maan gereen geweest, hij hê mij da ne kiër verteld. Zij moedre was duëd en op ne zondag achtermiddag gink mij vader da volk, de familie en zuë vragen. Onderweg huërde hij neffens hem ineens gefladder, precies gelijk as van nen huëp kiekeren (kippen), hij dierf hij bekan nie opzij kijken, maar as hem ten opzij keek ten zag hem toch uëk niks. Da gebeurden zuë nen twiëde en nen derde kiër, dat hem altijd da gefladder huërde. Toen hij thuis kwam vond hem de weg naar zijn bed ne mier, ge weet in dien tijd sliepen de mensen op de zoldre, maar hij vond hij de zoldre nie. Zij zuster of wie da na uëk weeral was moest ten kommen om hem naar da te leien.
Beschrijving
Een man wiens moeder was gestorven, ging op zondagmiddag zijn familieleden op de hoogte brengen. Onderweg hoorde de man plots een gefladder alsof er een troep kippen zat. Vreemd genoeg was er niets te zien. Bij zijn thuiskomst vond de man de weg naar zijn bed op de zolder niet meer. Zijn zus heeft hem naar zijn slaapplaats moeten brengen.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
74
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksaarde   
