Hoofdtekst
Hier tegenover op de wei lagen Canadassen (= soort populier) gekap(t). Op ene zondagavond kwam ich van onder op. Mij(n) broer was ook nog nie in, mè ich had hem nereges gezien. Moeder ging uit kieke ofter (of hij) nog nie aankwam, toen begon iet te grozen (= snurken) tussen de Canadassen; ze had bang, ze ging in. Ze roep(t) vader op 'Berty, staat eens op, zei ze, doa zit iet tussen de böum (= bomen), 't is misschien de jong (= zoon).' Vader stond op en he ging kieke, mè he zag niks mee(r) en we hoorden ook niks mee(r).
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een moeder die op zoek was naar haar zoon schrok toen ze tussen de Canadese populieren een vreemd geluid hoorde.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
536
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
's Heerenelderen   
