Hoofdtekst
Er was nen Duitse Schaper – ‘k gelove dat ’t hij Charles Putte was – en die Schaper zag geerne ’t meisen van ’t hof. Hij vroeg ne keer of dat ze niet en wilde meegaan met hem. Maar z’en wilde niet mee. Hij vroeg haar dan een haarke. Maar dat meiske gaf een haar van een zeve. ’t Was zaterdag en de schaper ging vertrekken en op een zeker moment vloog de zolderdeure open en de zeve kwam af. Had ’t meiske heur haar gegeven ze zou zij moeten meegaan hebben.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een Duitse schaper was verliefd op het meisje dat op de boerderij woonde, waar hij werkte. De schaapherder vroeg het meisje of ze een keer met hem wilde meegaan, maar ze weigerde. Daarop vroeg de schaapherder het meisje een haar. Het meisje gaf hem echter een haar van een zeef. Toen de Duitse schaper op zaterdag naar huis vertrok, vloog de deur van de zolder open en kwam de zeef aangevlogen.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (zuiden)
160
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs   
