Hoofdtekst
Een bikske buite ’t dorp, op Balen aan, kort aan de beek, in ’t broek, ware er altij veel dwaaslichte. Gret van den awe Wuiter kwam do eens deur gewiggeld want hij was zat. De vent bleef staan en hij zag die dwaaslichte. Hij riep "wacht ik zal dat eens gedaan make". Toen ging hij ’t gebroekte in, maar in de plak dat die dwaaslichte ginge vliege, kwame ze op hem af. Vanne schrik viel epet oppe grond en moest er blijve ligge tot dat het licht werd. De dwaaslichte bleve den hele nacht bove hem ligge.
Beschrijving
Toen Gret dronken door het broek van Balen liep, kwam hij dwaaslichtjes tegen. Omdat de man overrompeld werd door de dwaaslichtjes, moest hij op de grond blijven liggen tot het weer licht werd.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
56
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Gret   
Naam Locatie in Tekst
Olmen   
Plaats van Handelen
Balen   
