Hoofdtekst
I En dan zeidt ge ook nog iets van die man met z’n kalfsvel wat voor spook wou spelen.41 … Oh, oh ja. Dat waren jongens die zo bijeen zaten ’s avonds, hé. En toen hadden ze dan gezegd van wat te halen. Maar is dat … Waar is dat gebeurd? Is dat hier gebeurd in Lafelt? Dat weer ik niet. Ik denk het niet. M’n pa vertelde dat. En toen hadden ze dan bijeengelegd voor een fles jenever te halen. Maar hij (= de jongen die het moest halen) moest verder (weg) gaan, hé. En toen had hij een fles jenever gehaald, maar hij had een dinge meegepakt, een mesthaak. Weet ge wat dat is, een mesthaak?I Ja.41 En toen… Maar ze deden dat juist voor hem te plagen, hé, dat was zo’n koe-jongen, zeiden ze daartegen. Dat was ene die met de varkens en de koeien uitging, hé. Dat was nog geen volwassene. En toen had hij de dinge gehaald en toen zat in de ‘zou’ (= gracht) een mens met het vel omhangen van het kalf dat ze geslacht hadden. Dat (= het vel) kon je lynchen, hé, met die jonge (kalven). En toen had die (met het vel) op hem afgekomen, hé. En toen zei hij (= de koe-jongen), toen hij daar bij hun kwam: "Daar heb ik wat aan de hand gehad," zei hij. "Daar zat me wat in de ‘zou’," zei hij, "en het trok heel op het kalf," zei hij. "En toen kwam het. Maar ik heb hem met de mesthaak op de kop gehouwen." Ja, toen vonden ze hem daar dood. Is het waar of niet waar? Pa heeft me dat zo verteld als echt waar, ja.
Beschrijving
Een koewachter moest voor zijn vrienden een fles jenever halen. Eén van de vrienden was met een koeienvel over zich heen in de gracht gaan zitten. Zonder te weten dat het één van zijn vrienden was, sloeg de jongen de grapjas met een mesthaak dood.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
41H 545
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Riemst   
