Hoofdtekst
D’er waren d’er hiere die koesten toveren. Ge had Zene Kasse (Hooft) en Verge Ardeel. Maar van Peet de Cocks wijf was da zekre. Ge kost da schone zien. Ze liep mee heure kapmantel en overal ging ze over de wiege gaan hangen. Maar z’en heeft niet lange meer geleefd.
Beschrijving
In Knesselare woonden twee vrouwen die konden toveren. Eén van die vrouwen droeg een kapmantel en ging overal met haar hoofd boven de wiegjes van de kinderen hangen. Gelukkig heeft die vrouw niet lang geleefd.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
368
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Knesselare   
