Hoofdtekst
I -En van de maar hebt ge daar van gehoord of zo?24 -De maore?23 C -Van de maore gereên? Ja, d’er waren daar bij ons van die mannen die heb ik goed gekend die zijn nog gebuur geweest van mij, maar - ik heb mijn moeder dat altijd horen vertellen - ze ôn (hadden) bij Micheline heette dat, die toverheks laat ons zeggen hé, en daar ôn ze mee gelachen, “ik heb een goed potjen”, zei ze “maar d’er is een holleken (gaatje) in” en ze ôn (hadden) ermee gelachen en de streek, de ene wierd van de maone gereên, maar ‘s andrendaags wast de andere zijn toer. Maar dat is ‘s nachts niet kunnen slapen of zoiets, allez ze wisten dat van ‘t moment dat de ene het gehad ôt, ‘s andrendaags was’t de andere zijn toer. Dat was van de maone gereên.I -Ah ja, en was dat iets dat op u kroop zo?23 -Dat was ‘s nachts hé, dat was iets dat op u gesmeten werd.I -En was dat in uw bed of?23 -In uw bed, in heur (hun) bedde ‘s nachts.I -En wat moest ge dan doen als remedies daartegen?23 -Niets, daar liggen hé wat kon ge doen? (Het eerste deel van deze zin is onverstaanbaar)...bestond toen nog niet héII -Ge kon niet meer bougeren of zo?23 -Bah, ik heb nooit niet geweten wat dat het was, maar ze wierden van de maone gereên en dat was elk zijn toer, als ‘t de ene gehad ôt (had), ‘s andrendaags was’t de andere en dat was alle twee drie maanden een keer hé.II -En was dat de die mee haar potje die haar dat gelapt ôt (had)?23 -Dat was de die met haar potje die dat gelapt ôt (had).I -En hoe heette die heks? Mistine?24 - (onverstaanbaar)I -Heet de die Micheline?23 -MichelineI -En mee haar achternaam, weet ge dat niet?
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Enkele jongens die met een toverheks hadden gespot, konden 's nachts niet slapen en hadden het gevoel alsof er iets op hen werd gegooid.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
23C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
