Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een meisje vond het vreemd dat haar vriend altijd zo vroeg naar huis moest wanneer ze samen naar de kermis gingen. Op een dag had de jongen vóór zijn vertrek gezegd: "Als je onderweg iemand tegenkomt, gooi dan je zakdoek in zijn gezicht en zeg dat die persoon de zakdoek eerst moet uitrafelen met zijn tanden vooraleer hij zijn handen naar je mag uitsteken". Het meisje deed wat haar was aangeraden. Toen ze enkele dagen later haar vriend weerzag, stelde ze vast dat hij de draden van de zakdoek nog tussen zijn tanden had. Hij was een tovenaar.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (zuid-west)
98J
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leerbeek   

