Hoofdtekst
De oude F., dat was een duivelse stroper. Zo was hij weer eens op loerjacht en daar was een hond en die begon te blaffen. Toen ging hij op het huis aan om de hond kapot te schieten. Dat was een vrouwmens, dat alleen woonde en die trekt de deur open en daarmee schiet hij het vrouwmens neer, in de deur. Dat is Tuur van de berkenbos ook geweest. En als hij stropen ging en ze durfden op het kasteel van Schoonbeek lichten aansteken, dan schoot hij aan de venster in, door de ruiten.
Beschrijving
Tuur F. was een gevreesde stroper. Als men in het kasteel van Schoonbeek 's avonds het licht aandeed, schoot Tuur met zijn geweer de ruiten stuk. Op een dag ergerde Tuur zich aan het geblaf van een hond. De vrouw van wie de hond was, deed haar deur open op het ogenblik dat Tuur naar het dier schoot. Zo schoot de stroper per ongeluk de arme vrouw neer.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
4. Historische sagen
midden-limburgs
y
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tuur F.   
Schoonbeek (kasteel van)   
kasteel van Schoonbeek   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
Plaats van Handelen
Schoonbeek   
