Hoofdtekst
De weerwolven hadden 'ne band om rond den hals te doen. Als ze die omhadden, dan werden ze hond. In Beek in 'ne bampt - eerder had iedere bampt 'ne naam, zo kwamen wij altijd door 'd' melkkalder' wie ze zegden - awel, en daar op den hoek stond 'ne groten essesoeds. En bij G. hadden ze 'ne knecht, die verdachten ze ook van dat hij weerwolf speelde. Op 'nen avond hadden ze die eens nagehouwen. Op de soeds, juist op den hoek, hadden ze hem nagegangen. En ze hadden de band gevonden. De boer die dacht: 'Die doe ik hem daarvan. Ik stuur hem naar het werk, ik pak de band en ik stook hem op.' Hij gaat naar de soeds, hij pakt de band en hij wil hem in het vuur gooien. En op de verse daad stond de knecht achter hem. De pastoor heeft er hem toen van afgeholpen.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Bij de familie G. werkte een knecht die ervan verdacht werd een weerwolf te zijn. Op een avond zag de boer hoe de jongen in Beek uit een boomstronk van een es een halsband haalde. Wanneer hij de halsband aandeed, veranderde hij in een hond. De volgende dag stuurde de boer de knecht weg zodat hij ondertussen de halsband kon verbranden. Toen de halsband in het vuur lag, kwam de jongen echter aangelopen om zijn band te redden. Uiteindelijk heeft de pastoor de jongen verlost.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bree en omstreken)
Weerwolf verlost door het verbranden van zijn band: variant (Bree)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Beek   
