Hoofdtekst
Dat woren ol gasten die bij de boer wrochten. Zo ze wisten ol wuk dat er in ’t hof ommeging. Overtijd woren er geen banken. Ulder geld zat in de meur. ‘k Eén ik toen ook nog horen vertellen dat ze gingen gon inbreken up e boerhof met e hele bende een de boer wos ziek en menere paster wos juuste dor om hem te berechten. En ze dosten toen niet binnengon enee.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een boerderij werkten knechten die moesten spioneren voor een roversbende. Toen de rovers een inbraak wilden plegen, zagen ze dat de boer op sterven lag en dat de pastoor hem de Laatste Sacramenten moest toedienen. De rovers durfden op dat ogenblik geen inbraak te plegen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
122B
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Laatste Sacramenten   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
