Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0366_0367_11062

Een sage (mondeling), 1996

Hoofdtekst

I Dan hebt ge vroeger misschien ook van die ‘króóte’ (= bieten) uitgehold?22 Oh ja. Met kaarsen erbinnen en dan ‘alle kaante’ gaan zetten. Of daar ergens gaan zitten met een laken om. Dat is zeker! Als je wist dat daar een paar ‘vraaläöi’ (= vrouwen) afkwamen en die hadden bang, dan gauw een laken om je hangen en daar zitten. Dan durfde niemand niet meer doorkomen, hé.I Gij hebt dat ook gedaan vroeger, hoor ik.22 Ik heb daar zeker aan meegedaan!23 Dat is hier gebeurd, hier in die weg. Dat was een wei met hagen.22 Vroeger toen we zo jong waren gingen ze mussen werpen. In de hagen zo ‘alle kaante’ zaten mussen, hé, vogelkes. En dan met een wis die afhouwen en ze dan ‘ramasseere’ (= verzamelen) en dan werden die gevild. Een ‘jaarpel’ kon je daar insteken. En als dan die boer dat wist of hetzelfde wat dat we daar afkwamen, dan hingen we een laken om en daar gaan zitten of een ‘króót’ uitgehold met een kaars in. Maar d’r was … (= onverstaanbaar) hebben [lachend]. Dan was de ene de andere bang aan het maken; de ene had bang voor de andere. Daarvoor durfde je nooit alleen gaan, hé. Dan kreeg je nooit niemand van Vlijtingen naar Riemst alleen of van Riemst naar Vlijtingen alleen. Dat bestond niet, hé. Je moest altijd met twee, drie man zijn.

Beschrijving

Vroeger zette men soms uitgeholde bieten met kaarsen langs de weg om voorbijgangers bang te maken. Sommige mensen verkleedden zich met een laken over hun hoofd als spook.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
22V 366
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Riemst    Riemst