Hoofdtekst
Vloek-Sus van Romershoven - die heetten ze zo omdat hij nooit een woord kon zeggen zonder een vloek erbij - die had een dochter van twintig jaar en die kreeg alle dagen slagen van een spook, maar niemand zag dat. Ze zaten rond de stoof en als 't uur daar was dan riep ze: 'Hij is weer daar' en dan zei ze dat ze de schouw zag open gaan en daar kwam het spook uit, meer hond als mens en dan troefde het haar af en ze 'keekde' dat ze het op de straat hoorden. Daar waren al differente geestelijken geweest, maar het moest ene zijn waar niets op te zeggen was, die niets op zijn kap had. Toen kwam daar een jonge pastoor en die nam het op 'hem' om het spook te overlezen. 'Kerpenschelm' verweet het spook hem, maar hij antwoordde: ' In geval ik die 'kerp' gepakt heb, dan heb ik het de man die zijn 'weier' het was toch betaald.' Toen hij aan 't lezen was, vroeg de pastoor: 'Wilt ge hem vóór u hebben, zichtbaar of onzichtbaar, ge moet het maar zeggen?' - 'Zichtbaar en kenbaar, nondedju!' zei de vader. 'Wel kijk dan onder de tafel' en daar zagen ze hem. Het was ene die ze kenden en die nog niet lang dood was. Toen heeft die pastoor hem uitgeleid en hij heeft hem verbannen in een bos van een gehucht van Hoesselt.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
SINSAG 0334 - Spuktier vom Priester gebannt.
  
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
Vloek-Sus uit Romershoven had zijn bijnaam verdiend aan zijn ergerlijke gewoonte om steeds te vloeken. Hij had een dochter van twintig jaar, die elke dag geslagen werd door een spook. Wanneer ze 's avonds met haar ouders bij de haard zat, zag het meisje het spook uit de schouw komen, en dan riep ze: "Hij is weer daar!" Wanneer de geest, die er meer uitzag als een hond dan als een mens, haar aftroefde, gilde ze het uit. Er waren al verschillende geestelijken bij het spook geweest, maar omdat ze zelf ook ooit iets mispeuterd hadden, kregen ze geen macht over het spook. Op een dag kwam er een jonge pastoor naar het huis. Het spook verweet de geestelijke: "Karperschelm!", waarop de pastoor antwoordde: "Als ik de karper van die man heb genomen, dan heb ik er toch voor betaald bij de man wiens vijver het was!" Toen hij aan het bidden was, vroeg de pastoor: "Willen jullie zien wie het spook is?", waarop de vader van het meisje: "Welja, verdomme!" Onder de tafel verscheen een man die ze kenden en die nog niet lang geleden gestorven was. De pastoor heeft het spook verbannen naar een bos in een gehucht van Hoesselt.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Vloek-Sus   
Sus (Vloek-)   
Naam Locatie in Tekst
Vliermaal   
Plaats van Handelen
Hoesselt   
Romershoven   
