Hoofdtekst
36 C -Maar ze was zij eigenlijk ... op hem ????? zegden ze -oeioeioei dat was de patrones van de toverheksen- ginder op de Molenhoek zegden ze Meetje Tchiep.I -Meetje Tchiep en waarom heette zij zo ?36 -Ah, dat was ook een bijnaam die ze zij gegeven hadden, thuns (dan) waren er veel hé, ze hadden bijkans (bijna) allemaal een bijnaam.En ik heb een horen vertellen : hij passeerde daar met zijn velo en ze had daar staan pissen op de velobaan(fietspad) en hij viel daar, en twee keer achtereen als hij daar passeerde viel hij in haar piesse (pis).- (Ik lach)- De mensen waren alle.. ,ze hadden gebakken, hun brood was mislukt, of ze hadden gekarnt, ge weet, zo boter van maken met melk hé, I -Ja, ja36 - ... en’t ging niet goed of wat ,of ze hadden te veel heet water gegoten, ge moest ook zien wat dat ge goot koud of warm voor dat bijeen te houden, hé, die boter en ja, allez betoverd, ‘t brood ging niet goed op ze hadden de gist verbrand, ja betoverdEn ik weet nog hier zie waar dat Lucien Ceuckeleer daar woont héI -Ah, dat weet ik niet.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Erwetegem woonde een vrouw die ervan werd verdacht de patrones van de toveressen te zijn. Op een weg waar die vrouw haar behoefte had gedaan, viel een man tweemaal met zijn fiets in de urine van de toveres. Als de mensen geen brood konden bakken of geen boter konden karnen, staken ze de schuld op die toveres.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
36C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Erwetegem   
Plaats van Handelen
Erwetegem   
