Hoofdtekst
Op een ander hof bij de Machtelings waren de kinderen zeer ongelukkig. In den avond hoorden ze verschrikkelijk geruchten op uldere zolder: gelijk ne zak keien die uitgegoten wer. Als ze buitengingen kregen ze slagen in ulder gezichte. De dochter van den huize las slechte boeken, en de mensen zeiden dat het zij zou geweest zijn die het kwaad daar zou binnen gebracht hebben.
Beschrijving
Op een boerderij in Etikhove waren de kinderen heel ongelukkig. ’s Avonds hoorde men daar verschrikkelijk veel lawaai op de zolder. Het leek wel alsof er een zak keien werd leeggegoten. Wanneer de mensen naar buiten gingen, werden ze in hun gezicht geslagen. De dochter die daar woonde, las slechte boeken. Zij zou het kwaad in huis hebben gebracht.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
424
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Etikhove   
Plaats van Handelen
Etikhove   
