Hoofdtekst
26C En dan waren er nog heksenmeesters dat ze zeiden, en die weet ik wel wonen. Maar die kinderen leven nog en dat kan ik beter niet zeggen. Dat was een Thijs en daar moest de facteur (postbode) niet aan de deur komen. x Nee?26C Daar moest die niet aan de deur komen. Daar moest die buiten aan de draad ergens zijn post steken. Maar daar moest die niet op het geleig (erf) komen, niet aan zijn huis komen. En die maskes (meisjes), die moesten naaien dan, maar ze gingen wel naar de kerk. Maar die hadden daar last van, dat was de heksenmeester, zeiden ze daar tegen. x Ja.
Beschrijving
In Langdorp woonde een heksenmeester bij wie de postbode niet mocht aanbellen. De man moest de post bij het hek achterlaten.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
26C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Langdorp   
