Hoofdtekst
Een gloeiende pastoor verdreven door het bidden van het St.-Jansevangelie.Tussen Klein-Gent en Meirhoeve in, op een hei was daar een staminee en van de Meirhoeve die boer ging daar altijd kaart spelen. Nu op een keer was hij weer naar huis gekomen. Dat was een klein weggeske in de hei om naar de Meirhoeve te gaan. Zag hij daar ineens een gloeiende preekstoel met een gloeiende pastoor in. En hij ging op zijn knieën zitten en hij verging van de schrik. En hij begost te bidden en hij dacht: "Ik zal het St.-Jansevangelie maar lezen. Dat is het strafste gebed dat er is. En als hij het laatste kruiske maakte was dat weg. Nu ga ik van zijn leven niet meer kaarten, dacht hij. En hij ging te biechten en hij vertelde dat. In Hertals bij de paters was dat. "Dat zult ge van ze leven niet meer zien", zei de pater. Hij heeft het van ze leven niet meer gezien, maar hij is van ze leven niet meer gaan kaarten ook niet. Dat is straf, zo'n gebed. Dat is altijd straf zo van die gebeden die ge niet verstaat. Ge verstaat het niet maar 't gaat erin en ge ondervindt dat het toch waar is wat erin staat. En dat is echt waar, zei dat meiske dat dat vertelde.
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
Beschrijving
Een boer was gaan kaarten in een herberg tussen Klein-Gent en Meirhoeve. Op de weg naar huis zag de boer op de heide een gloeiende preekstoel met een gloeiende pastoor verschijnen. Doodsbang ging de boer op zijn knieën zitten en begon het Sint-Jansevangelie te bidden. Toen de boer het laatste kruisteken had gemaakt, was de vreemde verschijning verdwenen. De boer nam zich voor om nooit meer te gaan kaarten. Nadat de boer bij een pater in Herentals was gaan biechten, sprak de pater: "Dat zal je nooit meer zien". Zo was het ook. De boer is nooit meer gaan kaarten.
Bron
A. Michielsen, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (land van herentals)
27
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Herenthout   
Plaats van Handelen
Herentals   
Klein-Gent   
Meirhoeve   
