Hoofdtekst
Er is hier ook een onderaardse gang, maar ik weet niet waar die naar toe loopt. Dat is wel samengevallen maar er is een onderaardse gang in het klooster. Ik heb nog gewerkt in ’t klooster, ik heb veel in ’t klooster gelopen, ik hovenierde daar als ik jong was. Dan was dat nog Moeder Igenie, dan Moeder Clothilde, en Benedicta was dan nog non. En als die wegwaren is Benedicta daar nog Moeder geworden. Dat was zo’n heel ander karakter als die andere twee. Zij was nog wild, nog jong en van die heb ik dat geweten, maar ik kan niet meer zeggen waar hij is. Ik heb hem zelf niet gezien. Waar hij naartoe gaat kan ik niet zeggen.
Beschrijving
In Sint-Cornelis-Horebeke zou een onderaardse gang hebben bestaan.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (zuiden)
41H
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Cornelis-Horebeke   
Plaats van Handelen
Sint-Cornelis-Horebeke   
