Hoofdtekst
Potje Dek (spotnaam voor pannelapper) ging roend om lepels en versetten (vorken) te vertinnen en potjes en pannees te vermaken. En ’t lag dor e dutje te slapen in de gaskant en zijn potje tin stoend te koken. Een van de bende die dor passeerde goot ’t kokende tin in zijn moend en de vint wos dood. Z’één toen zijn geld geroofd. Moeder ee dat oltijd verteld. Ze kwamen dor oltijd achter eten bij mijn moeders grootmoeder. Dat worene d’er ook van de bende mor ze wisten dat niet. Ze zein an tafel: "Ze zoen toch zeker nooit hier kommen bij zulke brave menschen?" En ze zijn dor nooit geweest. Ee Bakelandt niet gepakt geweest in e getekot hier etwor in de streke?
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een leurder ging bij de mensen lepels en vorken vertinnen en potten en pannen herstellen. Op een dag lag de man in het gras te slapen, terwijl zijn potje tin stond te koken. Een rover die daar voorbij kwam, beroofde de man en goot kokend tin in diens mond, waardoor de man stierf.
Bakelandt werd opgepakt in een geitenhok in de buurt van Kortemark.
Bakelandt werd opgepakt in een geitenhok in de buurt van Kortemark.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
233A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Potje Dek   
Naam Locatie in Tekst
Kortemark   
Plaats van Handelen
Kortemark   
