Hoofdtekst
Jan van de Apen, ich geloof dat die eigenlijk Jan Houbben heette, die was eens naar de hei geweest 'n kar poesten (boomstronken) halen. En hij kwam terug en daar op de steenweg voor terug 't dorp in te komen daar bleef in ene keer ze paard staan en 't wou niemeer verder. En hij zweette dat 't van zijn pens afliep. Ja, dat paard geslagen en lelijk tegen gedaan, gene middel. Maar toen Jan zo eens omkeek toen stond mich Marie van 't Weverke in de deur te lachen. 'Hoe is 't Jan, gaat 't nie?' 'Nee, hij wilt mich niemeer vooruit.' zei Jan, 'kunde gij mich nie helpen?' 'Ja, dat zou ich misschien wel kunnen' zei ze maar ze stond schoon in de deur te lachen. Ze lachte hem vierkantig uit. 'In Godsnaam dan' zei de mens en daar schiet mich in ene keer ne grote zwarten hond voor 't paard door en 't paard bleef kapot op e plak (plaats). Daar stond hij schoon te kijken. En dat zijn geen vertelsels, want dat is heel zeker waar gebeurd.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Jan was op de heide enkele boomstronken gaan halen. Op de terugweg bleef zijn paard plots hevig zwetend stilstaan. Wat verderop stond Marie van 't Weverke bij haar deur te lachen en zei: "Wat is er Jan, gaat het niet?" "Neen", antwoordde de man, "kan jij mij niet helpen?" Marie antwoordde grijnzend: "Ja, dat zou ik misschien wel kunnen doen!" "In Gods naam dan!", riep Jan. Vervolgens liep er een grote zwarte hond vóór het paard, dat dood neerviel.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
201
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Marie van 't Weverke   
Jan   
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
