Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDEWI0183_0184_42791

Een sage (mondeling), 1956

Hoofdtekst

Vent van keskeschiet (schietkraam op kermis) in een kat veranderd.Er was hier een jongman van 35 jaar en die zei dat er bij hem altijd een zwarte kat door het moosgat kwam gekropen. En dan was dat altijd een historie en gekloot. Hij zei dat dat een toveres was en hij sloeg er met ne riek henen. Maar niets gekort. Op een dag had hij terwijl ze binnen was het moosgat dichtgestopt en toen kon de kat niet meer weg. Dan heeft hij er met de riek op geslagen tot ze voor de dood bleef liggen. Dan nam hij een schup en smeet ze buiten. En door op de grond gesmakt te worden kwam die kat terug bij en liep recht naar de overkant een huis binnen waar een vent woonde van de kermis, een vent van keskeschiet en de volgende dag als die buitenkwam, dan liep die rond met allemaal doeken rond zijne kop.

Onderwerp

SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.    SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   

Beschrijving

In Walem woonde een vijfendertigjarige jongen die beweerde dat er altijd een zwarte kat in zijn huis naar binnen kroop langs het afvoergat voor het water. De jongen geloofde dat de kat een toveres was en sloeg er met zijn mestvork naar, maar tevergeefs. Op een dag stopte de jongen het afvoergat dicht, waardoor de kat niet meer weg kon. Daarna ging hij het dier met de mestvork te lijf tot het roerloos bleef liggen. De jongen nam een schop en gooide de kat buiten. Toen de kat met een schok op de grond neerkwam, werd ze weer levend. Ze sprong binnen in het huis van de buren, waar een man woonde, die op de kermis werkte. De volgende dag kwam die man buiten met een verband rond zijn hoofd.

Bron

L. De Wit, Leuven, 1956

Commentaar

2.2 Tovenaars
antwerps (mechelen en omgeving)
211
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Walem    Walem   

Plaats van Handelen

Walem    Walem