Hoofdtekst
Op het gehucht "Snelle wind" te Loozen bij Teuwis van Geloven (Tûvis van Geloêven) braken op sommige bepaalde tijdstippen van het jaar de beesten los op de stallingen en begonnen luid te loeien. Dit gebeurde steeds middernachts klokslag twaalf, en ook viel dan in de keuken al het koper van de muren. Wat men ook deed, aan deze tooverij kwam maar geen einde. De boer begaf zich dan naar den abt der Trappistenabdij te Achel en legde hem het zeer eigenaardige geval van naald tot draat uit. De abt hielp hem, en daar kwam nu de boer bij den koster en vroeg: "Koster wilt gij me niet eens uit den nood helpen?" - "O! zeker! als ik dat kan." De boer zeide: "Geef me dan de gewijde wierookkorrels uit den paaschkaars!" De koster ten zeerste verwonderd vroeg natuurlijk wat de boer daarmede van zin was te doen. De boer vertelde dit slechts op voorwaarde dat de koster hem eerst beloofde hem de paaschkaarsnagels te geven en er niemand iets van voort te vertellen. De boer moest deze nagels, zoo had de abt der abdij hem bevolen vóór de koestaldeur in den grond duwen, dan zou het getoover ophouden. Nooit heeft de boer erna nog van tooverij last gehad.
Beschrijving
Bij Teuwis V.G. in het gehucht 'Snelle Wind' werden om middernacht de dieren losgemaakt en begonnen de koeien te loeien. In de keuken viel al het koper van de muur. De abt van de Trappistenabdij in Achel gaf de boer een goede raad. De boer ging naar de koster en vroeg hem gewijde wierookkorrels uit de paaskaars. Nadat de boer de nagels vóór de deur van de stal had begraven, gebeurden er geen vreemde dingen meer.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noorden)
fabulaat
'Snelle Wind' is een gehucht van Lozen.
Naam Overig in Tekst
Teuwis V.G.   
Trappistenabdij (Achel)   
Trappisten   
Snelle Wind (Lozen)   
Naam Locatie in Tekst
Lozen   
Plaats van Handelen
Achel   
Snelle Wind (Lozen)   
