Hoofdtekst
Ik gink is no mijne petere. Do stond nen hond in ’t midden van de straat. Ik kost do mor nie overstappen en ik moest do toch iet gaan mee doen. Ik geraak van meleve nie meer thuis en ik probeerde do altijd ma over te geraken en ik kan er mor nie weg. Mijne kameraad dieje zag dieje hond nie. Toen zee dieje in "Godsname" en ik was er vanaf en ik ben toen vuts no huis gegaan. Toen hem ik echt gezweet en het hoor stond recht op mijne kop van de schrik.
Beschrijving
Een man die samen met een vriend op weg was naar zijn peter, zag in het midden van de straat een hond staan, die hem de weg versperde. De vriend kon de hond niet zien. Toen de vriend zei: "in Gods naam", was de hond verdwenen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
193
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meerhout   
