Hoofdtekst
- Poleke: Mijne lieve man, als ge dat gezien hadt.- Jef: O ja, vandaag heb ik nog met een man van Neerharen en die is chauffeur van Zutendaal met de kamion, hè, en die geloofde me niet. Ik zeg: 'Als ge die gezien hadt.'- Poleke: Stenen zo hoog en zo breed en daar had hij zijn bed staan en hij had een bed dat ging zo op, zo en daar had hij zijne pispot staan, ik heb er zelf in gezijkt haha! Dat was nondedjie aan ons deur, daar tegenover woonde ik.- Jef: Ze hebben ze willen doen springen, de gaten stonden er nog in waar ze de mijnen dynamiet instaken, maar ze hebben ze niet kapotgekregen. En hoe ze de kanaal verwoest heeft weet ik niet, dat heb ik niet gezien.- Poleke: Dat was daarrond allemaal hol gemaakt van de mensen die vroeger turf gingen steken. En als de Chasse de cour met zijn hond aan het jagen was, dan vlogen de hazen daar onderin, daar konden ze ze niet krijgen. Ja zo diep was dat en daar stond een duivelsvoet op juist gelijk een paardepoot, de duivel zijne voet. En een beetje verder op een steen daar stond de duivel op. Hij kon ze niet wegkrijgen, hij is van Borgloon gekomen en toen heeft hij ze in de hei weggegooid. En weet ge wat er nog was? Daar durfde geen mens 's avonds doorgaan: die dikke stenen waren altijd aan het ieringen (= oprispen) en aan het spoken. Daar durfde geen mens doorkomen met de nacht, die stenen ieringden gelijk een koe. En Nierkes Thijske en Pieter zaliger hohoho, lopen gegaan dat ze hen van boven tot onder bezijkten van de schrik. En die (de duivel) had zijn kar en zijn wagen en alles had hij bij. Dekens en lakens dat waren zijn stenen. Maar dat was het fijnste wat ik ooit gezien heb. Van Brussel, Antwerpen, de mensen kwamen kijken en daar had hij zijne pispot en daar heb ik zelf in gezijkt en het kwam er van vanonder uit.
Onderwerp
SINSAG 0893 - Die Teufelsprägung   
Beschrijving
In Genk lagen duivelsstenen waar de duivel zijn bed had. In die stenen had de duivel zijn voetafdruk achtergelaten. Men kon de stenen op geen enkele manier verwijderen of laten exploderen. 's Nachts durfde niemand voorbij die plaats te wandelen omdat de stenen vreemde geluiden maakten. Toen Thijske N. en Pieter op een nacht voorbij die stenen kwamen, waren ze zo bang dat ze naar huis vluchtten zo snel ze konden.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
3.1 Duivels
midden-limburgs
a + a'
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Thijske N.   
Pieter   
Naam Locatie in Tekst
Genk   
Plaats van Handelen
Genk   
