Hoofdtekst
'Morauke' ging met ene kameraad zitten en hij zei tegen Bert weiter (= toen hij) thuis ging 'eer zje thuis zijt ben ich op oer (= uw) kamer' en toen waster (= was hij) doa en alles was sjans (= nochtans) gesloten. Hij zat binnes wei den andere hier kwam. Die man was toch van kwaad geplaag(d), hij had e boekske van de duvel. Vroeger was dat allemaal zo, nu sind(s) Sint-Jans-Evangelie is dat niemee. Nu zijn ze ook rap met oech (= U) as zje iet uitzet (= uitsteekt).
Onderwerp
SINSAG 0672 - Zauberer geht durchs Schlüsselloch (geschlossene Türen); Türen öffnen sich, wenn er seine Mütze dagegen wirft.   
Beschrijving
Toen Morauke samen met Bert naar huis wandelde, sprak hij tot zijn vriend: "Vooraleer jij thuis bent, zal ik in jouw kamer zitten". Hoewel zijn huis vergrendeld was, trof Bert Morauke inderdaad aan in zijn kamer. Morauke had zijn toverkracht gehaald uit een boekje dat hij van de duivel had gekregen. Sinds de dag dat het Sint-Jansevangelie werd ingevoerd, was er gelukkig geen plaats meer voor dergelijk kwaad.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (tongeren en omstreken)
908
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bert   
Morauke   
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Piringen   
