Hoofdtekst
X: Aflezen, daarvan moet je nog gehoord hebben. Waren er veel mensen die konden aflezen?20: Ah ja, ja, ja.X: Vroeger meer dan nu?20: Ja, ja, mijn vader kon dat. X: Kon hij dat ook? En wat las hij af?20: Wonden, sneeën, verbrandingen ook, tandpijn. Hij ging andere dingen aflezen ook hoor, maar dat pakte niet altijd.X: En wat deed hij om af te lezen, een gebedje lezen?20: Een gebed lezen, ja, een gebed he… eigenlijk, als hij daar was, en dan zoveel Onzevaders.X: Die zij moesten lezen, of die hij las?20: Die hij las of … dat hij soms zei dat ze moesten terugkomen ook.X: Ja, en dat hielp dikwijls?20: Ja, ik heb hem nog het wild vuur weten aflezen van dinge … dat was dinge, van Karel Blauwe.X: Karel de Blauwe?20: Karel Blauwe ja. (onverstaanbaar) om het wild vuur af te lezen.X: Met wie?20: Het wild vuur, dat moest afgelezen worden, zeiden ze. Dat kon niet genezen. Dat was iets dat begon hier of daar of overal, het liep daar rond, het draaide altijd, het draaide altijd. En de mensen zeiden dan: "Als het rond is, ben je eraan, dan ben je dood." Zie je, van degenen dat men dat kon aflezen was dat goed hé, en die van wie men het niet kon aflezen, die gingen dood.X: Karel Blauwe, vanwaar was die?20: Hier van Poperinge, zijn dochter woont hier nog.X: Het was niet de blauwer?20: Blauwe, je, zijn naam was zo.
Beschrijving
Een man kon wonden en tandpijn genezen door middel van een speciaal gebed, gevolgd door een aantal Onzevaders. Zo heeft die man ook eens bij iemand het 'wild vuur' (1) afgelezen. Als het wild vuur een ring vormde rond het lichaam, was men dood.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (poperinge)
20H
Vader van de informant
fabulaat
(1) wellicht tetanos
Naam Overig in Tekst
Onzevader   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
