Hoofdtekst
Ich was nog is zik. Iniêns kwam t’er een pad onder ’t bed ôt. Moeder pakte ne rik, mar ze kon in ’t begin de pad nie krijgen. Tenslotte bleef de biêst aon de rik hangen. Moeder wilde ze in de stoof steken, mar da ging nie, de pad bleef altêd mar aon de rik hangen. Tenslotte hêt moeder ze buiten gedraogen, en ich was genezen.
Beschrijving
Een meisje dat ziek was, zag een pad onder haar bed kruipen. De moeder van het meisje nam een mestvork en stak de pad dood. De moeder wilde het beest in de kachel verbranden, maar de pad bleef maar aan de mestvork hangen. Toen de moeder de pad naar buiten had gedragen, was het meisje genezen.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
164
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
