Hoofdtekst
19A En in de Limburg, maar dat was twee jaar geleden, toen hadden wij nog het Laatste Nieuws. En daar heeft een artikel ingestaan dat dat daar nog heel, heel hard zou zijn. x Ja?19A En als je nu naar Averbode gaat, naar de paters.x Ja, daar ben ik gisteren geweest. Ik ben er gisteren naartoe geweest, maar ik heb ze niet vast gekregen.19A En daar overlezen ze je dan. En je moet dat daar aanvragen wil je gediend worden.y2 Ja, dat hebben ze tegen haar gezegd.x Ja.19A Maar anders ja, hier in de Gijmel heeft van zijn leven ene gewoond die kon heksen. Maar die mens is nu dood. En die kon hem (zichzelf) veranderen in een hond. Kun jij dat geloven?y2 Nee, maar allé.19A Ah, mijn vent ook niet, onze Fons. En die hond heeft de hele Gijmel gezien.y2 Is het echt?19A ’s Avonds, maar die was ’s avonds altijd op loop.x Ja.19A En onze Fons dat was ook ene, die geloofde zo in niks. Dat bestaat toch niet, dat kan niet, dat was… Maar ik had daar kennis mee, maar ik was daar nog niet mee getrouwd. En…y2 Met die man, die zich in een hond kon veranderen? Met die man had jij kennis?19A Nee, nee, ik kende die. y2 Ja?19A Maar onze Fons, daar had ik kennis mee.y2 Ah ja, ja.19A Met mijn vent. Maar die geloofde in niks. Maar nu op een keer komt die donderdags bij mij aan. En dat was iets dat die nooit of nooit deed. En ik zeg tegen mijn eigen: "Allé, wat komt die nu donderdags doen." Ik was dat niet gewend. y2 Mmm.19A En bedemen (weldra) waren we zo wat alleen en ik zeg: "Wat kom jij nu doen?" "Awel, ik kom iets vertellen," zei hij. "Irma," zei hij, "ik heb die hond ook gezien." Ik zeg: "Maar nu ben ik gelukkig, ik ben zo blij, je kan niet geloven hoe blij ik ben. Dat je zo een ongelovige Thomas bent, en dat je het nu zelf gezien hebt." Ik zeg: "En wat voor een hond is dat dan?" "Oh, dat is een grote hond met ogen zoals… Gelijk een pillicht (zaklamp) zegt, gelijk als een pillicht dat je aan doet, zo twee grote ogen." "En ik heb gereden," zei hij, "met mijne vlo (fiets) dat ik peis (denk) dat ik thuis de deur van het kot reed," zei hij. "Zo een schrik had ik," zei hij. En ik zeg: "Allé, en jij wou dat nu niet geloven." Ik zeg: "Maar ik ben echt blij dat jij die nu eens gezien hebt." En dan nog een jongen die ik kende, die is ook al overleden ondertussen. En die kwam, die was naar Aarschot geweest zeker en de route, dat weet je, de route, nu is daar de brug.x Ja.19A En daar was die geweest, en daar kwam die ook die hond tegen en "O, ben je nu weeral daar," of "Loop je nu weeral rond". Allé, die zei daar iets tegen. En die hond die sprong zo met zijn poten achter op die schouders. x Ja.19A En die heeft die hond moeten dragen totdat hij thuis was. Mil heette die, Mil van Tongelen, ik heb hem goed genoeg gekend. "Ik meende dat ik kapot was," zei hij. Wat denk jij, zo een hond. y2 En hoe noemde die man die zich kon veranderen, wie was dat dan? Want die Mil van Tongelen dat was een andere?19A Ah nee, dat was een mens die…y2 Die die hond gezien had.19A Die ook last had van die hond. Maar, je mag geen namen noemen. x Nee, maar ik zal het niet verder zeggen.19A Ja maar, je mag geen namen noemen.
Onderwerp
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   
Beschrijving
In de Gijmel (gehucht in Langdorp) woonde een tovenaar die zichzelf in een hond kon veranderen. Die hond liep 's avonds overal rond. Een man die nergens in geloofde, zag op zekere dag de hond ook. Het dier had ogen als zaklantaarns. Zo snel hij kon reed de man met zijn fiets naar huis.
Een andere man die de hond tegenkwam, moest het dier op zijn schouders dragen tot hij thuis was.
Een andere man die de hond tegenkwam, moest het dier op zijn schouders dragen tot hij thuis was.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
19A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Langdorp   
Gijmel (Langdorp)   
