Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MREYN0184_0185_19757

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

’k Wos e keer aan ’t werk aan nen dijk en ’t begoste te dunderen, en ik vluchtte naar een kapelleke om ’n beetje in ’t droge te staan, en ’t kwam daar een oud wuveke bistaan, wolk tegen de regen zeker, en zegt dat wuveke: Ge zou gi mine pander (korf) geen endeke kunnen dragen, zeker." "Wel ja’k", zei ekik oezwo. En ‘k drage dadde, maar zwaar dat da wos, zweetten da ‘k deie, geheel die weug, ’t wos lik of dat er geen ende aan kwam, en ’t schoonste van ol, ’t en zat niet in heel die pander.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een man was aan een dijk aan het werken, toen het plots begon te onweren. De man vluchtte snel naar een kapelletje om droog te blijven. Even later kwam er een vrouwt naast hem staan, die zei: "Jij kan mijn korf zeker geen eindje dragen?" De man droeg de korf een stukje, maar hij was onmiddellijk bezweet omdat de korf loodzwaar was. Vreemd genoeg was de korf leeg.

Bron

M. Reynaert, Leuven, 1965

Commentaar

2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
224
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Mesen    Mesen