Hoofdtekst
Onderaardse gang te Oorderen.Nen onderaardse gang? Ja, die moet ere bestaan hemmen, dien uitgaf op die hoef die daar staat. Daar gaat een dreef naartoe, die wederzijds beplant is mee bomen. En op die hof daar bestaat ne grote kelder en die kelder had een deur en die leidde naar de kerkkelder. Da ging nog uit van de Trappisten. Later is die hoef verkocht: die had niks as tegenslag en die deur is toegemetseld, maar het schijnt toch dat die weg nog bestaat. Dat is nog zo schrikkelijk lang nie gebeurd. Da was 't einde van vorig eeuw. Die bestond nog veur dat de nieuwe kerk bestond: achttien honderd vijf en zestig of zo iets: ik zijn er den eersten in gedoopt.
Beschrijving
Er zou in Oorderen een onderaardse gang hebben bestaan, die naar een hoeve leidde. In die hoeve was een kelder met een gang die naar de kelder van de kerk leidde. De deur van die gang heeft men later dichtgemetseld. De hoeve was eigendom van de Trappisten. Later is de hoeve verkocht. De koper had altijd ongeluk. De onderaardse gang zou nog steeds bestaan.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
462
Vóór 1865
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Trappisten   
Naam Locatie in Tekst
Oorderen   
Plaats van Handelen
Oorderen   
