Hoofdtekst
Mijn oudste zuster, die nu dood is, was stijf ziek. En mijn moeder zei: "Dat kind gaat doodgaan…" En we stonden allemale te schremen hé, en we gingen achter den dokteur van Vichte. En hij zei: "Dat kind is betoverd, ’t gaat dood gaan. ‘k En kenne der niets aan doen."En mijn moeder ging achter Sutie Bouckaert, en hij kwam. En hij zat daar altijd met zijn lippen bewegingen te doen – alzo – lijk iemand die alzo aandachtig zit te lezen. En Sutie trok allene in de kamer, bij dat kind aan zijn knietjes te wrijven – de blaffeturen (luiken) moesten toe hé – maar ‘k keke door de splete: ‘k benne altijd kurieus geweest… En hij zat aan heur knietjes te wrijven en met zijn lippen te lezen. En hij kwam in huis en hij zweette lijk dood."Wieske", zegt hij, tegen mijn moeder, "’t kind is er deure!" En den dokteur had gezeid dat ’t niet meer koste genezen!En dat kind is were gezond gekomen,en ’s anderdaags ’s nuchtends speelde ’t were op de strate!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een moeder wiens dochter ernstig ziek was, liet de dokter komen. "Dat kind is betoverd. Het zal sterven", zei de dokter. Ten einde raad liet de moeder een genezer-tovenaar komen. De tovenaar wilde alleen zijn met het kind. Door de spleet van de deur kon men zien dat de tovenaar over de knieeën van het kind wreef en ondertussen iets prevelde. Toen de tovenaar de kamer verliet, zweette hij verschrikkelijk en sprak tot de moeder: "Het kind is genezen!" De volgende dag speelde het meisje inderdaad opnieuw op straat.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
446
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
