Hoofdtekst
Mijn grootvader was maalder in X, en hij zag de doodkeerse opkomen al dansen. Zegt’n: “k Heb dikkers horen zeggen dat dat naar (nader) komt, als je wenkt erop”. Hij was niet benauwd hij, hij was in de mulle (molen) aan ’t werke, en hij wonk (wenkte) erop en z’heeft opgekomen al dansen en doordat ze zeere naasde (naderde), heeft de deure toegeplakt en ’t heeft een grote poef gegeven op de deure, en ’t was een hand ingebronnen en ’t is nog zeer zichtbaar in de mulle en zijn name is daar ook ingeschreven. ’t Was een filou (slimmerd) ook.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Een man die in een molen aan het werk was, wenkte tegen beter weten in naar een doodkaars. Toen het lichtje even later dichterbij kwam, vluchtte de man naar binnen en sloeg de deur dicht. De doodkaars brandde een handafdruk in de deur.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (franse grens)
57
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
