Hoofdtekst
Ik en mijn broer die moesten een haam bij de smid gaan halen. Die had die van ons geleend. En onderweg zagen we een kat zitten en ik deed mijne klonk uit en ik gooide daarop, maar die kat bleef zitten bij mijne klonk. Ik nam mijne klonk op en we gingen door. Bij Sooike van Kest daar gingen we binnen en toen we daar terug buitenkwamen, zat die kat voor de deur en die bleef langs ons oplopen en toen we bijkans thuis waren, zat daar ne troep jong katten, zeker wel vijftig, en die kat sprong in die hoop en dat was daar een gejank en gedoe. Toen hadden we schrik gehad. Dat is echt gebeurd.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Twee mannen die samen naar de smid gingen, zagen een kat langs de weg zitten. Eén van de mannen deed zijn klomp uit en gooide die naar het dier. Omdat de kat bleef zitten naast de gevallen klomp, trok de man zijn klomp weer aan en ging verder. De mannen gingen even bij Sooike V.K. op bezoek. Toen ze daar buitenkwamen, zat de kat daar voor de deur. Het dier volgde de mannen tot ze thuis waren. Eenmaal thuisgekomen, zagen de mannen wel vijftig jonge katten die zaten te janken.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tussen hasselt en beringen)
162
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zolder   
