Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BVANG0262_0263_45185

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

Man maakt viskorf. Geleerd in boeken die hij had gekregen van een pastoor.Die dat deed ging een schuur zetten. Die had altijd een kabaske bij. Boeken zaten daarin. Die leesde daarin. Als hem ging werken had hem die kabas bij met die boeken. Ik zat er altijd neffe. "Is daar geen beek in 't bos?" vroeg hem. "Ja," zei ik. "Dan gaan we eens zien. Daar zit veel vis. Waarom maakt ge geen korf?" zei hem. "Hoe moet ge dat doen? Ik weet dat niet." Die maakte toen een viskorf. Die pakte dekjare, toen wissen. Daar moest ge punten aan snij. Dan maakte die een cirkel op de grond; die stak die wissen daar. Die begost te vlechten. Dat werd een viskorf. Ik zijn dikwijls mee geweest. We hadden altijd veel vis. We konden er geen weg mee. We staken die viskorf daar altijd. Op de duur wisten de mensen dat. Die gingen die 's morgens lichten. Toen heeft hem die vastgemaakt, maar de mensen wisten 't toen. Ze kosten zelf viskorven maken. Toen zijn de schepzakken gekomen. Dat ging zo voort. Ze visten tot er geen viske niet meer was. Die ahd dat geleerd. Dat was een broer van een pastoor en van die had die die boeken. Alle uren, lijk hem ge(ge)ten had, zat hem tegen de gevel met zijn boeken.

Beschrijving

Een man had altijd een tas met boeken bij zich, waar hij regelmatig in las. Hij had de boeken gekregen van zijn broer, die pastoor was. Op een dag maakte die man samen met een vriend een viskorf om in een beek in het bos te gaan vissen. Zo gebeurde het dat de twee hun viskorf iedere dag in de beek zetten en veel vis vingen. De mensen ontdekten de viskorf en gingen hem vaak leegmaken. Ze leerden ook zelf zulke korven maken. Later zijn op die manier de schepzakken uitgevonden.

Bron

B. Van Grieken, Leuven, 1965

Commentaar

2.3 Toverboeken
antwerps (westerlo en omgeving)
680
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Ramsel    Ramsel