Hoofdtekst
Wel ’t en spookt hier niet vele weie, maar ‘k hè toch nog gehoord overlaatst van hier u poes kasteel, daar bachten de kerke, dat er daar ’s nachts lik maar raar zit; dat vrouwmens van daar hè mi nog verteld, ’t is daar olsan rumoer en lawaai, de deuren slaan toe ’s nachts en de plaffeteuren (vensterblinden) slaan toe, en ’t ès lik of dat er seulen (emmers) omgesmeten zijn; allè t’es olsan leven en geruchte.
Beschrijving
De vrouw die in het kasteel van Zonnebeke woonde, hoorde altijd lawaai. De deuren en de vensterluiken sloegen 's nachts dicht en het leek alsof er emmers werden omvergegooid.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
73
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Zonnebeke (kasteel van)   
kasteel van Zonnebeke   
Naam Locatie in Tekst
Zonnebeke   
Plaats van Handelen
Zonnebeke   
