Hoofdtekst
De toveregen, ze zitten ossan in een hoek van de kerke, deur (want) den paster als hij zijn calice opsteekt, hij ziet ze met nulder rik (rug) naar den autaar, in plekke van met nulder aangezichte.
Beschrijving
Toveressen gingen altijd in een hoek van de kerk zitten. Tijdens de consecratie kon de pastoor de heksen namelijk herkennen; ze zaten dan met hun rug naar het altaar.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
316
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
