Hoofdtekst
Stien Cosemans, daar zeiden ze van dat dat een heks was. Ik geloofde daar niet aan. Jang Vandecruysse, daar zei ik dat tegen en die zei dat dat een heks was. Wij woonden toen nog in Stokrooie en ik begroef aan elke dorpel van het huis ne gewijde palmtak; een aan Stokrooise kant en een aan de Bolderbergse kant. Op ne keer waren wij aan het hooien en daar zien we Stien afkomen en ze valt in een zouw en ze zei: "Ik heb drie maand niet meer kunnen komen." Die kwam thuis anders altijd om boter of eier te halen. Ge zoudt toch maar zeggen.
Beschrijving
Een man had bij elke dorpel van zijn huis een palmtakje begraven. Op een dag kwam Stien C. aangelopen met de woorden: "Ik ben hier drie maanden niet kunnen komen". Stien kwam gewoonlijk boter of eieren halen. Men vertelde dat Stien een heks was.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tussen hasselt en beringen)
449
memoraat
Naam Overig in Tekst
Stien C.   
Naam Locatie in Tekst
Zolder   
