Hoofdtekst
‘k Hè nog gehoeord da, oe je noa een doeodkeerse winkt, da ze noaderkomt, en oe je niet entieden weg ziet, da je nen slag kriegt da je in duzelinge (bewusteloosheid) ligt.
Beschrijving
Als men naar een doodkaars had gewenkt, dan kwam de kaars dichterbij. Als men dan niet snel weg was, dan kreeg men een slag waar men duizelig van werd.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
21
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meulebeke   
