Hoofdtekst
Wat ik zelf aan den lijve heb meegemaakt is het volgende. Dat is een dikke veertig jaar geleden. Ik had een hernia toen. De pastoor van Tervant, dat was een goede kennis van mij. Op een dag 'kon ik geen weg meer' (had ik veel pijn). Ik kwam toen bij de pastoor, en hij had toen familie uit Brogel op bezoek. 'Zoudt ge niet eens naar Weert gaan', zeiden die mensen. Toen hebben ze mij uitgelegd waar die man woonde en dan ben ik daar heen gereden. Ik kwam daar aan, en die man - ik weet niet of het de knecht was of familie - die had daar een kamertje apart. Het gonsde er van de vliegen, dat weet ik nog. Ik moest op mijn knieën gaan zitten, en hij ging achter mij staan. Hij raakte ook mijn rug aan. Op een keer draai ik mij om. Hij stopte en zei: 'Als ge nog één keer omkijkt, kunt ge het afstappen.' Hij deed verder. Ik heb hem dan wat drinkgeld gegeven en ben naar huis gegaan. Maar ik was niet genezen, want ik ben daarna nog geopereerd. Maar dat gebeurde wel meer. Zo ook bij dat zechenen, dat is eigenlijk een zelfsuggestie.
Beschrijving
Een man die een hernia had, kon het niet meer uithouden van de pijn. Op aanraden van de pastoor ging de man naar een genezer in Weert. In een kamertje dat vol vliegen zat, moest de man op zijn knieën gaan zitten, terwijl de genezer achter hem kwam staan. Op zeker ogenblik sprak de genezer: "Als je nog één keer omkijkt, dan kan je vertrekken!" De man keek niet meer achterom, maar hij was niet genezen.
Bron
F. Beerten, Leuven, 2003
Commentaar
limburgs (groot-beringen)
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Paal   
