Hoofdtekst
Ene vent koem 's naachs langs een veldboan terug taus. Opeens zoet do ene grote hond veur hem. De man rammelde met zijne stek mai de hond bouzjeerde nie. Toen wilde hij erop sleun mai de hond was ineens verdwenen en hij hèt hem nooit meer gezien. Dat was ene weerwolf geweest.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Een man die 's nachts naar huis wandelde, zag opeens een grote hond op de weg zitten. Toen de man met een stok naar de hond wilde slaan, was het dier plots verdwenen. Het was een weerwolf.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
478
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opheers   
