Hoofdtekst
Die waterduvels, dat wos ol kloterij met ketens achter ulder gat. Dat wos ol zukke toverij. ‘k Geloven dor ol niet van. De menschen woren toen droef.
Beschrijving
Waterduivels waren grapjassen die met kettingen over de grond sleurden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (vrijbos)
243A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Handzame   
