Hoofdtekst
Tone Rijckx gaat naar zee en in de kaaistrate je (hij) komt een begravinge tegen. En je (hij) gaat verder maar asten (als hij) aan ze (zijn) schip kwam, ’t liep daar aan de kaaie vol met kiekjes (kuikentjes). Tone raapt ze op en steekt ze in ze (zijn) mande. Maar asten (als hij) aan boord kwam en je (hij) deed die mande open, ‘t waren allemale duivels die er uit sprongen. Een gehelen hoop duivels. En benauwd datten (dat hij) gehad heeft.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een man die naar de zee wandelde, kwam in de Kaaistraat een begrafenisstoet tegen. Toen de man bij zijn schip kwam, zag hij dat de kade vol kuikentjes zat. De man zette de kuikentjes in een mand en ging aan boord. Op het schip opende de man de mand en zag dat er allemaal duivels uitsprongen. De man was doodsbang.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
109
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Kaaistraat (Oostende?)   
