Hoofdtekst
Vader verteldige dat da op ’t Beversveld gebeurde in Beirnem. Hij was nog ne jonge kerel en ’t gebeurde in de jaren ’70, ’80. Daar kwamen duzende, duzende ratten op ’t Beversveld… mee hele zwarms (zwermen). En achter de messe, de mensen stonden toope (samen) te troepelen (bijeen staan) en de vruchten wierden afgegeten. En den onderpaster kwam buiten en hij zegt tegen de vrouwen: "Wat is da, wat is da, wat is dat hiere?" "Ewel mijnheer den onderpastre, dat ’t hier overdreven is van de ratten en dat het hier al afgegeten wordt van de ratten, en dat ’t gaat hongersnood zijn. G’en ziet hier niets dan ratten." "Allez, allez, gaat zere naar huis dat zijn al trunten." (geleuter). Maar ‘t ’s andrendaagsnuchtings was er iemand ziek, en rond ten tween bij ’t krieken van de vroege morgen most er iemand naar Beirnem om den docteur te vragen. Maar zag te middent ’t Beversveld een gedaante enda (en dat) was mijnheer den Onderpastre die in ’t veld wandeldige. Hij was’t kwaad aan ’t aflezen maar ’t was geen enkel ratje meer te ziene.
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Op het Beverhoutsveld in Beernem zaten duizenden ratten, die de oogst vernielden. Toen de mensen zich na afloop van de mis beklaagden over de rattenplaag, zei de pastoor: "Vooruit, ga maar naar huis, want dat is allemaal geleuter". De volgende nacht moest iemand om twee uur naar Beernem gaan om de dokter te halen. Die man zag de onderpastoor biddend rondlopen in het veld. De volgende dag was er geen enkele rat meer te zien.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
441
1870-1880
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sijsele   
Plaats van Handelen
Beernem   
Beverhoutsveld (Sint-Joris-ten-Distel)   
