Hoofdtekst
7: Ja, zoals nu, zijn (schoonzus van de vertelster) zegt ook … Ze is lange tijd ziek geweest hé, en ze is nu ergens gegaan, en die persoon zegt dat zij de duivel aangedaan wordt door iemand. Ja, dat dat nu nog bestaat. Wel kijk, ze heeft alles, ze heeft alles wat ze nodig heeft, van het mooiste hé, ze heeft alles. Wel, ze begint te wenen, en boos zijn, ja, en ze zegt dat er iemand is die haar kwaad wenst. Ja, precies zoals ik bijvoorbeeld zou…I: Ja, wij zouden dat niet doen, hé.7: … dat ik dat niet kan, maar dat er iemand is die haar…6: Ja, je moet ook zeggen, ze is in kontakt gekomen met iemand.I: (onverstaanbaar).6: Nee nee, een medium.7: Een dokter.I: Ja, hij is eigenlijk dokter, van Holland, maar hij mag hier niet meer komen.7: Hij kwam altijd naar België, naar Komen. En nu gaat er een autobus, een volle autobus hé, van Komen naar, naar …6: Naar Breda.7: Om de drie maanden hé.
Beschrijving
Een vrouw die ziek was, begon vaak te huilen of werd erg boos omdat ze geloofde dat iemand haar kwaad toewenste. Op een dag was die vrouw te rade geweest bij een dokter uit Nederland die beweerde dat de duivel er iets mee te maken had. Die dokter kwam vroeger altijd naar Komen, maar hij mag nu niet meer in België komen. Daarom rijdt er nu vaak een volle autobus naar die dokter in Breda.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (poperinge)
7B
Schoonzus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Komen   
België   
Nederland   
Breda (NL)   
