Hoofdtekst
Dat was bij Sij zegden ze tegen haar hè - Lucia heette die - Sij dat was plat Diepenbeeks hè. Daarachter was dan ook een drejgaar, daar lag dat huisje tegen de straat en dan gingt ge zo achteruit en dan hadt ge daar wat veld en dan hadt ge daar een kerkwegske en daar was dan een drejgaar, hè. En die zoon, de oude Sij was dan ook aan 't spreken en dit en dat. 'Maar gij zijt een deugniet', zei ze tegen haar zoon - het is ook allezeleven maar zo'n halve geweest zo hè - 'Gij zijt een echte deugniet', zei ze, 'want met u ga ik zeleven nog eens iets aanvangen, ge zult wel luisteren', zei ze. 'Hu', en zo van dat. 'Ik zal eens iemand achter u zetten', zei ze, 'dan zult ge wel braaf zijn,' zei ze. 'Ik zal de duivel eens op u sturen', zei ze. Ze maakten vroeger jaren de kinderen alles wijs, hè; En op zeker moment ook zowat diskussie tegen de zoon gehad. Die wou niet toegeven en die ging van achter uit om weg te frutselen. En hij komt aan die drejgaar en toen zag hij iets zitten op die drejgaar. 'Woe, wat is dat', zei hij, dacht hij in zijn eigen, 'dat is iets aardigs. Als ik het wil vastpakken pakt het naar mij.' Zo twee, drie keer geprobeerd en hij durfde niet meer doorgaan. 'Zeg', zei hij, 'ik heb mijn ma al dikwijls horen zeggen: ik zet de duivel aan u, zijt gij hem ja of neen?' zei hij . Proeoe... zo deed het, blies dat op hem hè. En hij werkte achteruit, proeoe... kwam dat weer bij op hem. Dat stak zijn nek zo lang uit. En hij pakt zijn draai hè en terug binnen, verschrikte hij hem en terug binnen en hij houwde de deur achter hem toe en zogauw als de deur... KLABAATS, een slag op de deur. En stijf van schrik en toen kroop hij zijn bed in. En 's anderendaags aan 't redeneren tegen de moeder: 'Wat is daar nu voorgevallen? Kom nu eens kijken op de deur buiten.' 'Ja moeder, dat zijt gij geweest', zei hij. 'Ge hebt gezegd dat ge de duivel achter mij gingt zetten, maar nu hebt ge hem achter mij gezet', zei hij. Maar nu ga ik zeleven niet meer weg', zei hij. Daar stonden vijf vingers in de deur diep ingebrand, toen was de duivel achter hem geweest.
Onderwerp
SINSAG 0893 - Die Teufelsprägung   
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
Beschrijving
Op een dag sprak Lucia tot haar ondeugende zoon: "Als je niet braaf bent, dan zal ik de duivel eens achter je aan sturen!" De jongen was het gezeur van zijn moeder beu en verliet stiekem het huis. Toen de jongen aan het kerkweggetje kwam, zag hij iets vreemds op de slagboom zitten. Telkens wanneer de jongen naar het beest uithaalde, liet het zijn klauwen zien. De jongen was zo bang dat hij snel terug naar huis liep. Nadat hij de deur had dichtgeslagen, weerklonk er een luide bonk. De volgende dag stonden de vijf vingers van de duivel in de deur gebrand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
3.1 Duivels
midden-limburgs
v''
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lucia   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
