Hoofdtekst
Toen ich nog heel joeng was goenk ich eens wandelen in het bos. Do zoog ich ineens een heer gans in 't zwat kleid met 'n lange baard. Ich goenk jus champignons plukken mais ich haa mich zo versjrokken van deze mins dat ich alles aaterloet en thous liep zonder nog te durven omkieken.
Beschrijving
Een jongeman die in het bos champignons ging plukken, zag een heer die helemaal in het zwart was gekleed en een lange baard had.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
21
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Alken   
