Hoofdtekst
’t Was daar enen die mee ulder gelachen ha. En diene schaper zei: "Zij je gij getrouwd?" "Bah ja’k", zei den anderen. "Ewel, me gaan zien", zei ’t ie. En ie ging naar zijn huis, en os ’t ie ’s navens in zijn himde stond, ie begoste te dansen, te dansen, wel ’n ure lang. "Zij je gij zot?" zei zijn vrouwe. "Bah neen’k" zei ’t ie "maar ‘k en kanne nie uitscheen!"
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man had met een Duitse schaper gespot. Daarop had de schaapherder gevraagd: "Ben jij getrouwd?" De man had geantwoord: "Ja". "Wel, we zullen zien", zei de schaapherder vervolgens. Toen de man die avond in zijn hemd stond, begon hij wel een uur lang te dansen. Daarop vroeg zijn vrouw: "Ben jij gek?", waarop de man antwoordde: "Neen, maar ik kan niet ophouden!"
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (menen en omstreken)
316
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Halewijn   
